Like a fish in the water

 

Als een vis in het water

 

Ik lig op mijn rug in een koningsblauw zwembad. Mijn ogen houd ik dicht, de zon schijnt recht boven mij. Om mij heen zijn drie man bezig om mijn trimvest vast te maken en af te stellen. ”Wat doe ik hier?, vraag ik mij af, “Waarom ben ik hier aan begonnen?”

In september besloot ik definitief om duikles te nemen. Nadat mijn broer en schoonzus enthousiaste verhalen hadden verteld, probeerde nu ook Marco, mijn collega mij te overtuigen dat duiken te gek zou zijn. Een paar jaar eerder ontmoette ik een jonge gehandicapte vrouw die mij stralend vertelde dat zij dook. Ze heeft dezelfde spierziekte als ik. Misschien een beetje erger zelfs. Ik was toen heel verbaasd dat het mogelijk was dat zij een duikster was, maar het leek mij wel spannend. Deze zomer ben ik hier en daar gaan informeren en zo kwam ik uit bij de IAHD en Klaas Brouwer. Er bleek een cursus te starten in het warme bad van het revalidatiecentrum de Hoogstraat. Ik twijfelde nog steeds en vroeg of de cursus eind september al afgesloten zou zijn omdat ik in oktober onder andere op vakantie naar Bali zou gaan. Achteloos schreef Klaas terug dat dat mooi uitkwam. Hij zou juist helpen bij het opleiden van een nieuwe IAHD instructeur uit Bali. Dat gaf de doorslag. Ik zag het helemaal voor me. Eerst hier de cursus en oefenen in het zwembad en dan buitenduiken in Bali. Zo snel mogelijk gaf ik me definitief op voor de cursus.

Het bleek niet zo makkelijk als ik dacht, maar wel zo leuk als ik het me had voorgesteld. Ik moest even flink wennen, maar al snel was het indrukwekkend en heerlijk om onder water te kunnen ademen en zo vrij als een vogel, nou ja vis, in het water te zweven. Pas bij de derde duik begon ik me te realiseren dat er meer moest gebeuren dan alleen hangen en dobberen. Ik werd zelf actiever en begon me vrijer te bewegen. Mijn vierde duik in het zwembad was voorlopig de laatste. Ik moest op reis en mijn volgende duik zou in Bali zijn. Ondertussen had ik regelmatig e-mail contact met Luci en Avandy van de duikschool BIDP in Bali. Ik hield hen op de hoogte van mijn vorderingen en van mijn duikwensen. Luci zag kans om al mijn bedenkingen over verraderlijke stromingen en huizenhoge golven weg te praten en mij een heerlijk gevoel van veiligheid te geven. Bovendien zouden Avandy en Klaas elkaar nog een keer ontmoeten en daarbij ben ik zeker het onderwerp van gesprek geweest.

Het duurde vier weken voordat ik in Bali kon duiken, maar uiteindelijk was het toch zover dat ik door de minibus van de BIDP werd opgehaald. Mijn moeder en Gung gingen mee. Bij alle duiken zijn zij boven water niet van mijn zijde geweken. Mijn moeder hielp mij bij het aan en uitkleden en Gung zorgde voor de rolstoel en voor mij als ik getild werd. Zijn hand heeft mij vaak behoed voor het stoten tegen deurstijlen en andere harde objecten.

Op het kantoor van de duikschool maakten we kennis met het team van BIDP. Na drie minuten waren Avandy en ik het al volkomen eens met elkaar. Er werd een vest op maat gemaakt en een natpak uitgezocht. Avandy had de opleiding net achter de rug en alle instructies zaten nog vers in zijn geheugen, maar hoe zat het ook al weer als je bij iemand anders een natpak aantrekt? Sangut werd gevraagd om als proefkonijn te fungeren. Het pak werd binnenstebuiten aan zijn voeten gewurmd. Het pak bleek uiteindelijk keurig achterstevoren te zitten. Het moest dus toch anders. Alles werd met rust en concentratie uitgedacht, maar ook met veel gelach en geschater. Lachen bleek een van de talenten van Sangut. Hij is ook een perfecte duiker. Toen alles gezegd was en alle gebaren afgesproken waren, gingen we met de bus naar het huis van Avandy waar we in zijn eigen zwembad gingen oefenen om aan elkaar te wennen.

Zo kwam het dus dat ik in het koningsblauwe zwembad geduldig lag te wachten tot vest en lood op zijn plaats zaten. Uiteindelijk gingen we onderwater. Mijn hoofd zei: “Dit kan niet, het is onnatuurlijk” en mijn longen gingen rustig door met ademen. Zij wisten beter. Na vijf minuten voelde ik me als een vis in het water. Avandy en ik begrepen elkaar prima onder water. We waren klaar voor een openwater dive.

De volgende ochtend om half acht werden we opgehaald en reden we drie en een half uur naar de andere kant van het eiland. Het was een prachtige tocht, maar wel lang. Wat zou er zo de moeite waard zijn om er zo’n eind voor te rijden? Het wrak van de Liberty in Tulamben.

Enigszins door elkaar geschud kwamen we aan op de duikplaats. Iedereen begon zijn spullen in elkaar te zetten en ik kreeg de kans om even om mij heen te kijken. Op het zwarte keienstrand waren veel duikers bezig met hun spullen. Overal stonden dragers te wachten om spullen van en naar het strand te brengen.

Toen alles klaar was werd ik naar het water gedragen en lag ik weer te wachten tot vest en lood op zijn plaats zaten. “Wat zou er gebeuren? Wat zou ik te zien krijgen?” Ik was nog nooit dieper geweest dan 1 meter 50. Avandy draaide me op mijn buik en ik was onder water. “Gewoon adem blijven halen en kalm blijven,” begon ik te denken, maar deze gedachte heb ik nooit afgemaakt. Ik zag de zwarte keien en daar vlak boven prachtige fluoriderende blauwe visjes (damselfish). Ik vergat alles behalve het ademen. Avandy trok mij aan mijn eerste trap verder richting open zee. De keien gingen over in zwart zand en ik zag meer vissen. Maanvissen (butterflyfish) zoals vroeger in het aquarium bij mijn vader. Maar dan groot, majestueus en felgekleurd.

We zwommen verder en zakten dieper. De eerste tekenen van het wrak werden zichtbaar in het heldere water. Als ik een grijs saai wrak van een oud oorlogsschip had verwacht dan was ik bedrogen uitgekomen. Een voor mij totaal onbekende wereld opende zich voor mij. Het schip was begroeid door verschillende soorten koralen en anemonen. Het lijkt het meest op een onwaarschijnlijke bloementuin. Er tussendoor zwommen grote en kleine vissen in werkelijk alle kleuren van de regenboog. Zwevend in de ruimte probeerde ik zoveel mogelijk te zien van wat er naast, onder en boven mij gebeurde. Scholen kleine paarse visjes dansten tussen de koralen. Grotere parrotfish draalden in kleine groepjes rond. Sommige aquamarijn blauw met groene vlekken. Butterflyfish dartelden rond. Twee gele butterflyfish speelden achter een gat in de romp van het schip. Lichtstralen die op de een of andere manier achter hen tot diep in het schip doorschenen, speelden met hen mee. Het panorama veranderde steeds. Helemaal nieuw voor mij was dat ook onder mij een heleboel te zien was. Vooral als we over een rand heen zwommen en onder ons opeens een diepte zichtbaar werd. Soms ontdekte ik daar diep onder mij een groepje andere duikers. De bellen van hun adem dwarrelde omhoog. Een gek gevoel om daar doorheen te zwemmen. Het was er druk. Niet alleen waren er overal vissen, maar ook veel andere duikers bevolkten het wrak.

Voordat we aan onze duik begonnen hadden we afgesproken dat ik de vissen zou voeren. Yudi had een kleine waterfles gevuld met stukjes banaan meegenomen. Ik kreeg die in mijn handen gedrukt. Door in de fles te knijpen kwamen de stukjes banaan in het water. Eerste gebeurde er helemaal niets, maar na een halve minuut schoten van alle kanten donkere surgeonfish op de banaan af. De schijfvormige vissenlichamen krioelden tussen mijn handen en mijn gezicht. Ze waren hebberig en staken hun harde snuiten in de fles. Ze gaven niet op totdat echt alle banaan verorberd was.

Na ruim 20 minuten kreeg ik het toch te koud en moest ik het gebaar voor koud hebben geven. Avandy begon onmiddellijk aan terugweg en ik had er alweer spijt van dat ik het teken gegeven had. Maar er stond nog een duik op het programma als ik weer opgewarmd zou zijn.

De tweede duik was misschien nog wel mooier. Avandy leidde me rond langs het schip. Hij hield mijn eerste trap vast zodat ik steeds veilig was. Sangut en Yudi zwommen in de directe omgeving mee. Ik genoot bijna 30 minuten van de duik.

De terugweg door het weelderige landschap leek veel korter dan de heenweg. We maakte een tussenstop bij het kantoor van Avandy en hielden een debriefing. De eerste stempels werden in mijn logboek gezet. Allebei, Avandy en ik, waren we tevreden over de dag. Er waren geen gekke dingen gebeurd en de door Avandy zorgvuldig uitgedachte oplossingen om gerieflijk in en uit het water te komen bleken te werken. Als ik het wilde dan had hij nog wel een duik avontuur in gedachten. Ik dacht geen moment na en we spraken af om over vier dagen naar Penida Island te gaan met de speedboot.

Tot nu toe was alles goed gegaan. Via het strand was het eenvoudig om in het water te komen. Sangut en Yudi hadden me erin gedragen en staande in het water werd ik onder leiding van Avandy in mijn vest geholpen. Vanuit de boot zou dat anders gaan. Geen bodem meer en ook geen langzaam aflopend strand. De boot had alleen een trappetje om in en uit het water te komen. Hoe zou Avandy dit op lossen? Zou ik nu eindelijk iets willen dat niet mogelijk zou blijken te zijn? De nacht voor de duik heb ik me zorgen gemaakt. Ik was bang dat ik wel van het schip in het water zou komen maar dat het onmogelijk was om mij er weer op het schip te krijgen. Gelukkig had ik zoveel vertrouwen in Avandy en zijn team gekregen dat ik het aan hen kon overlaten. Ik heb alsnog heerlijk geslapen.

De volgende morgen ontmoetten we Avandy en de anderen op het strand van Sanur Bay. De felgele speedboot lag al op ons te wachten. Het was vloed en de boot lag vlak bij het strand. De rolstoel lieten we in de bus en met een houten klapstoel werd ik het strand op gedragen. Vandaar ging het verder in de armen van de jongens door het water naar de boot. Ik werd door veel armen op de boot gehesen en vond een heerlijke plek op de bank achter op de boot. Lekker in de wind en zicht op de omgeving. Avandy keek bezorgd. De zee was ruw en hij vroeg zich af of wij dat wel konden doorstaan. Omdat ik dat zelf ook niet wist spraken we af om het gewoon te proberen. Lukte het niet dan konden we altijd nog omkeren en bij Sanur zelf duiken. Het werd een geweldige vaart. Het water spatte hoog over de boot en regelmatig kwam het met bakken op ons neer. Binnen enkele ogenblikken waren wij door en door nat. Misschien was het een ruwe zee, maar het was absoluut de moeite waard.

Het eiland Bali werd steeds kleiner en het eiland Lembongan groeide. Na enige tijd kwamen we in kalmer water terecht en naderden we de ankerplaats. We stopten in een luwe baai met veel boten gevuld met toeristen. Avandy zat diep in gedachten voor zich uit te kijken. Ook dat was een mooi gezicht. Opeens werd zijn gezicht expressief en klaarde zijn blik op. Hij lachte opgelucht en zei dat hij het nu wist. Hij riep zijn team en Sangut moest een reddingsvest aantrekken. Daarmee lieten ze hem in het water zakken en even later hesen ze hem er aan dat vest ook weer uit.

Alle spullen werden in elkaar gezet, de laatste afspraken werden gemaakt en we waren klaar voor de duik. Met het zwemvest werd ik te water gelaten. Snel konden we aan de duik beginnen. De bodem was zand met koraal pilaren. We zouden richting open zee zwemmen met Sangut als piloot. Daar was het koraal mooier en zaten meer dieren. Uiteindelijk zijn we daar niet gekomen. Avandy vond de stroming toch te gevaarlijk en nam het risico niet. We bleven bij de koraal pilaren, die eigenlijk ook best mooi waren, maar wel erg toeristisch. Op sommige plekken lagen betonnen blokken met een beschrijving van het koraal.

Toen ik het gevoel kreeg dat de kou niet meer opwoog tegen een derde rondje heb ik het teken voor ‘terug’ gegeven. Nadat vest en lood waren afgedaan, kreeg ik in het reddingsvest aan en met dit vest als tilvest werd ik in de boot gehesen. Ik hield mijn ogen dicht en mijn armen dicht bij elkaar. Voor ik er erg in had zat ik weer op mijn plek in de boot.

Na een hapje en een slokje zijn we verder gevaren naar Penida Island. Onderweg zagen we de draaikolken die door de stroming veroorzaakt werden. Avandy was blij met zijn beslissing om daar niet te duiken vandaag. Het kostte even tijd om bij het volgende eiland een goede plek te vinden. Ook hier stond een redelijke stroming.

Alle spullen werden weer gecontroleerd en in orde gemaakt. Ik bleek bij de vorige duikplaats de helft van mijn lood verloren te hebben. Er moest een en ander opnieuw gerangschikt worden. Er was geen reserve lood en ik ben met te weinig lood vertrokken. Het lukte wel om een neutraal drijfvermogen te hebben, maar de balans was zoek. Avandy moest meer werk verrichten om ervoor te zorgen dat ik geen tuimelaar werd. Toch was het de moeite waard om deze duik te maken.

De stroming voerde ons langs het koraal. Alleen een beetje bijsturen was nodig om de juiste koers te houden. Een diversiteit aan verschillende koralen en andere zeeplanten en -dieren kwamen langs. Dit keer vielen de dikke diepblauwe zeesterren op. Ook herinner ik me een gigantische bekerkoraal (of spons??) en mooie vlezige roosachtige koralen. Bijzonder mooi waren een soort aan de zeesterverwante varenachtige dieren. Sommige waren zwart en andere grasgroen. Vooral als ze naast elkaar groeiden gaf dit een prachtig waaierachtig effect.

De temperatuur van het water varieerde sterk. Stroken lekker warm water wisselden af met stroken akelig koud water. De overgang was zichtbaar door een fijne trilling in het water. Het leek alsof je door een vitrage zwom. Het water was heel helder.

Opeens verscheen Sangut in mijn blikveld. Hij had iets in zijn handen. Toen hij dichterbij kwam bleek het een donderblauwe pufferfish te zijn. Rond en glanzend van kwaadheid probeerde de vis zijn vrijheid terug te krijgen. Sangut hield hem voorzichtig in bedwang tot ik hem goed bekeken had. Voordat ik ooit gedoken had hoorden dit soort dieren thuis in sprookjes. Nu weet ik dat ze echt bestaan in al hun vormen en kleuren.

Helaas kwam ook aan deze laatste duik een eind. Na ruim 40 minuten zag ik bijna niets meer door mijn beslagen masker.  Mijn kaken begonnen zeer te doen van het onderdrukken van de kou. Tijd om op te houden dus en weer naar de oppervlakte op te stijgen.

We zwommen naar open zee, waar de boot ons snel gevonden had en ons oppikte. Ik nestelde me behaaglijk op het dek en liet me door de zon opwarmen. Op de terugweg hielden we even halt om het verloren lood op te zoeken. Sangut had het snel gevonden. De terugtocht bleek nog natter en spectaculairder. Ik lag uitgestrekt op de bank. Het zoute water stortte met bakken over mij heen en zon schroeide mijn huid. Met vliegende vaart spurtte de speedboot richting Bali eiland. Later gaven Sangut en Yudi toe dat de terugreis eigenlijk een beetje te woest was geweest voor gasten. Zo heb ik dat niet ervaren. Het was heerlijk!

Bij het naderen van Sanur Bay moesten alles hens aan dek om veilig over het rif te varen. Het was ondertussen natuurlijk eb geworden en het water stond heel laag. Tussen het strand en het diepere water lag zeker 100 meter laag water. Te ondiep voor de boot. Er werd een sloepje ‘geënterd’ van een andere duikvereniging en zo brachten ze mij naar het strand. Mijn moeder en Gung mochten aanvankelijk meevaren, maar met het ondieper worden van het water was het nodig om ballast uit te boot kwijt te raken. Eerst Gung en toen mijn moeder moesten toch nog door het water waden. Terwijl de anderen de duikspullen uit de boot haalden, kregen wij een kopje koffie en praatten we bij met Avandy in het strand restaurant.

Op het gezellige kantoor van Avandy werden de spullen afgespoeld en opgeruimd. Er werden nieuwe stempels in mijn logboek gezet en ik kreeg een complimentje omdat ik mijn drukgroepen correct kon uitrekenen. We moesten afscheid nemen, maar we stelden het zo lang mogelijk uit. We keken video, stelden vragen, praatten en treuzelden, maar het hielp niet. We moesten toch een keer naar huis terug.

En daar zit ik nu achter mijn pc. Ik probeer op papier te zetten hoe het was. Maar wat ik ook schrijf het voelt alsof ik te kort schiet in mijn beschrijvingen. Het is bijna niet in woorden te vaten. Ik voel vooral heimwee naar die prachtige wereld onderwater, maar ook naar de woordenloze samenwerking die ik bij het duiken ervaren heb. Wanneer krijg ik weer de kans om te duiken? Hoe lang zal ik moeten wachten? In ieder geval heb ik nu de tijd om rustig te oefenen voor het halen van een openwater brevet. De volgende keer wil ik dieper dan 12 meter en wil ik zelfstandiger kunnen zijn in het water.

Maar duiken is een passie geworden dat staat als een paal boven water. Of in dit geval misschien onder water. Ik kan mij het leven niet meer voorstellen zonder het vooruitzicht om ooit weer als een vis deel te zijn van die onwaarschijnlijk mooie wereld onder de zeespiegel.

 

Simone Poortman

12 november 2001